header--person header--title

Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs

Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs

Is jongeren tussen 12 en 18 jaar enthousiasmeren jouw talent? Verlang je al tot je later zelf voor de klas staat? Zie je het als een uitdaging om bij te dragen aan de cognitieve en sociale ontwikkeling van je leerlingen?

Kies dan voor de Educatieve Bachelor in het Secundair Onderwijs van Howest.

Bekijk de opleidingsbrochure, ontdek de opleidingsprogramma’s, de troeven, oriëntatie in het werkveld en zoveel meer.

Brochure downloaden Brochure aanvragen Inkijk cursusmateriaal Opleidingswebsite

Wil je onze campussen ‘in het echt’ zien? Reserveer je bezoek

Vind je geen gepast tijdstip? Mail naar bezoek@howest.be

Volg de bacheloropleiding Secundair Onderwijs op sociale media

Een vraag over de opleiding?

Geschiedenis

Een vraag over het onderwijsvak Geschiedenis? Stuur een e-mail naar Basiel Bonne of Kimberly Verhaest.

Stuur e-mail (Basiel Bonne) Stuur e-mail (Kimberly Verhaest)

Aardrijkskunde

Een vraag over het onderwijsvak Aardrijkskunde? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Wiskunde

Een vraag over het onderwijsvak Wiskunde? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Biologie - Natuurwetenschappen

Een vraag over het onderwijsvak Biologie - Natuurwetenschappen? Stuur een e-mail naar Dimitri Govaert of Diederik Maebe.

Stuur e-mail (Dimitri Govaert) Stuur e-mail (Diederik Maebe)

Project Algemene Vakken (PAV)

Vragen over het onderwijsvak Project Algemene Vakken (PAV)? Stuur een e-mail naar Rina Dauwens of Davy Mortier.

Stuur e-mail (Rina Dauwens) Stuur e-mail (Davy Mortier)

Techniek

Een vraag over het onderwijsvak Techniek? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

NCZedenleer

Vragen over het onderwijsvak NCZedenleer? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Frans

Vragen over het onderwijsvak Frans? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Nederlands

Vragen over het onderwijsvak Nederlands? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Engels

Vragen over het onderwijsvak Engels? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Informatica

Vragen over het onderwijsvak Informatica? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Economie

Vragen over het onderwijsvak Economie? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Lichamelijke Opvoeding (LO)

Vragen over het onderwijsvak Lichamelijke Opvoeding? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Bewegingsrecreatie

Vragen over het onderwijsvak Bewegingsrecreatie? Stuur een e-mail.

Stuur e-mail

Stel je vraag aan een van de lectoren

De opleidingscoördinator en lectoren staan voor je klaar. Zij antwoorden met plezier op je specifieke vragen. Ga er rechtstreeks mee in gesprek of vuur je vragen per e-mail af.

Marijke Buyle

Marijke Buyle

Opleidingscoördinator

Stuur e-mail 0476/99 91 96
Evelyne Depoorter

Evelyne Depoorter

Trajectbegeleider

Stuur e-mail
Eva Tytgat

Eva Tytgat

Stagecoördinator

Stuur e-mail
Frederik De Laere

Frederik De Laere

Coördinator internationalisering

Stuur e-mail

Ben je al overtuigd van je studiekeuze? Nu inschrijven

Opleiding in beeld

Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Graag geven we je een sneakpreview van wat je te wachten staat.

Campus Brugge Centrum

Campus Brugge Centrum bevindt zich vlak bij het station van Brugge en op wandelafstand van alles waar de stad zo bekend om is: de Reien, de Grote Markt, de Burg of de vele winkeltjes, cafeetjes en koffiebars. Op de campus zitten trouwens bedrijven die er een lokaal huren – het werkveld is dus letterlijk vlakbij!

Contactgegevens:

Sint-Jorisstraat 71, 8000 Brugge
+32 50 33 32 68
brugge@howest.be
Meer info en routeplan

Veelgestelde vragen over de opleiding

Frans

Welke inhouden omvatten de modules My space Frans?

In elke module My space Frans komen dezelfde domeinen aan bod waarbinnen de inhouden per semester stijgen in moeilijkheidsgraad. Over welke domeinen gaat het?

  1. Grammatica & spelling: per semester is er een syllabus voorzien, beginnend in semester 1 met de herhaling van de tijden, de accord du participe passé, het adjectief en het substantief enzoverder. De grammaticalessen worden zo praktijkgericht mogelijk gegeven. Je dient dus niet enkel de grammatica zelf te kennen, maar je moet die ook vooral kunnen toepassen en uitleggen. Je zal vaak gevraagd worden om aan het bord minilesjes te geven aan je medestudenten waarop je dan feedback krijgt of je zal eventuele moeilijkheden voor leerlingen dienen aan te duiden in een tekst en uitleggen waarom een bepaald grammaticaal fenomeen moeilijk zou kunnen zijn voor leerlingen.
     
  2. Woordenschat: een boek of deel van een boek per semester dien je in zelfstudie te verwerken. Het gaat dan onder andere over de boeken “Vocabulaire progressif du français”. Bepaalde hoofdstukken komen aan bod tijdens de lessen.
     
  3. Literatuur: per thema is er een syllabus die tijdens de literatuurlessen gebruikt wordt.
     
  4. Cultuur: tijdens de lessen cultuur zal je je verdiepen in de Franse en - ruimer - de Franstalige cultuur. Je zal meer te weten komen over de geschiedenis van Frankrijk en Wallonië, over de Franse gastronomie, over la chanson française, over kunst, architectuur, monumenten, politiek, geografie, enzoverder.
     
  5. Uitspraak/fonetiek/fonologie: elk semester ga je in de les aan de slag met verschillende uitspraakoefeningen, die worden opgebouwd qua moeilijkheidsgraad. Je leert ook gesproken tekst transcriberen.
     
  6. Vaardigheden: elk semester zal je per vaardigheid examenopdrachten krijgen om je vaardigheden te versterken. Tijdens de les ga je aan de slag en krijg je feedback. Je zal onder andere deelnemen aan enkele debatten over actuele thema’s met medestudenten. Thuis werk je de opdrachten af. In totaal komen 5 vaardigheden aan bod, zowel receptieve (luisteren en lezen) als productieve (schrijven, spreken en mondelinge interactie). Per semester wordt op een bepaald niveau van het Europees referentiekader gewerkt:
    • Semester 1: niveau B1 (= niveau dat je al zou moeten hebben na het verlaten van het secundair onderwijs)
    • Semester 2: niveau B2
    • Semester 3: niveau B2
    • Semester 4: niveau C1
       
Welke inhouden omvatten de modules Vakspecifieke didactiek Frans?

Tijdens de lessen Vakspecifieke didactiek komen heel wat zaken aan bod, gaande van hoe je een eenvoudige les Frans voorbereidt tot hoe je spelvormen in een les Frans integreert. We beginnen met de basis: bijvoorbeeld hoe geef je een les woordenschat of grammatica. Naarmate de semesters vorderen, breiden we de onderwerpen uit en worden de lessen steeds creatiever en uitdagender. Je zal onder andere les krijgen over hoe je ICT-tools in je les integreert, hoe je Frans in beweging kan geven, welke activiteiten je kan ontwerpen voor creatief schrijven, welke werkvormen er bestaan voor leerlingen met dyslexie, enzoverder. Per semester zal je een grote authentieke en relevante examenopdracht krijgen waar je tijdens de les en vooral buiten de les zal aan werken. De lessen van dat semester worden in functie van de opdracht gegeven. Een voorbeeld van een examenopdracht zou kunnen zijn dat je een filmfiche uitwerkt voor een Franstalige film waar leerkrachten uit de eerste of tweede graad secundair onderwijs aan de slag mee kunnen gaan.

Krijg ik les in grote groepen?

Neen, je hebt enkel les met je medestudenten Frans, maar sommige lessen didactiek worden aan alle taalstudenten gegeven. Dan heb je dus eens les in een grotere groep, samen met je medestudenten Engels en Nederlands. De taalstudenten vinden dit een fijne ervaring!

Hoeveel boeken dien ik te lezen?

Je leest gemiddeld twee à drie boeken per semester. Het thema van de boeken wordt bepaald door de thema’s van de lessen literatuur die in elk semester aan bod komen.
In het eerste semester zal je Franstalige jeugdliteratuur ontdekken en zal je dus ook jeugdboeken dienen te lezen, zoals Le petit prince. Van bepaalde boeken zal je ook de verfilmde versie dienen te bekijken.
In het tweede semester komen het stripverhaal, de grafische roman en la francophonie aan bod.
In het derde semester zal je Franstalige sprookjes ontdekken.
In het vierde semester lees je enkele hedendaagse romans alsook jeugdpoëzie. Er is dus een direct verband tussen de literatuur uit de les en de literatuur die in het secundair onderwijs aan bod komt.

Welke voorkennis wordt verwacht?

Idealiter heb je een talige vooropleiding genoten in het secundair onderwijs zodat je al een goede basis Frans hebt. De grammatica en woordenschat uit het secundair (ASO) komen natuurlijk nog eens aan bod tijdens de lessen, aangezien je die inhouden zelf zal doceren, maar aan een sneller tempo.

Wat kan ik doen als ik de nodige voorkennis niet heb?

Heb je weinig basiskennis Frans? Heb je het moeilijk om eenvoudige zaken in het Frans te zeggen of te schrijven? Dan raden wij je aan om in de zomervakantie voorafgaand aan de opleiding BASO, al een taalbad te nemen. Je kan bijvoorbeeld deelnemen aan een Franstalig taalkamp (Roeland vzw, Clip taalvakanties, ...). Je kan er ook voor opteren om twee maanden in een Franstalige regio te gaan werken. Als hotelreceptionist in Frankrijk bijvoorbeeld, of als au pair of animator op een camping in Frankrijk of Wallonië. Daarnaast bieden ook tal van centra Franse taalcursussen aan, in België maar ook in Frankrijk. De Alliance française Oost-Vlaanderen (gevestigd in Gent) bijvoorbeeld biedt zeer degelijke cursussen aan voor (toekomstige) studenten Frans, maar ook de befaamde Alliance française in Vichy (de CAVILAM) biedt tal van zomercursussen aan om vaardigheden te trainen of basiskennis bij te schaven. Wil je ook in zelfstudie aan de slag, fris dan je basiskennis op aan de hand van de boeken “La grammaire des premiers temps A1-A2”, “Les 500 Exercices de Grammaire - B1” en “Vocaction”. Deze boeken kan je aankopen, maar kan je ook ontlenen in onder andere de Franse Bib Vlaanderen in Gent.

Gaan alle lessen door binnen de klascontext?

Neen, er worden een heel aantal dagexcursies georganiseerd naar onder meer Rijsel, Luik, RoelandBib in Gent, het Africamuseum enzoverder. Er valt veel te ontdekken!

Zijn er mogelijkheden tot internationalisering?

Ja, je kan specifiek voor het vak Frans lessen bijwonen in onze Franstalige partnerscholen of stage lopen in Waalse of Franse scholen. Zelfs in Zuid-Afrika kan je aan de slag als stagiair Frans!

Waarom zou ik kiezen voor het vak Frans?
  • Omdat Frans een van de mooiste talen ter wereld is, de taal van de liefde, maar ook de taal met een zeer rijke cultuur!
  • Leerkracht Frans is sinds enkele jaren een knelpuntberoep. Je vindt dus gegarandeerd werk in het onderwijs. Zo kan je Frans weer aantrekkelijk helpen maken voor jongeren. Alle afgestudeerde studenten Frans van de voorgaande jaren hadden op 1 september een fulltimejob in het onderwijs (al dan niet gecombineerd met hun tweede vak).
  • Met een diploma Frans kan je overal terecht op de arbeidsmarkt, niet enkel in het onderwijs. Wil je deeltijds in het onderwijs werken en daarnaast werken in de toeristische sector of in een internationaal bedrijf? Het kan allemaal met je diploma Frans.
     

Nederlands

Welke inhouden omvatten de modules My space Nederlands?

In elke module My Space Nederlands komen dezelfde domeinen aan bod. Over welke domeinen gaat het?

  1. Grammatica en spelling: in het eerste en tweede semester worden de belangrijkste regels herhaald. Je zal vaak zelf gevraagd worden om aan het bord minilesjes te geven aan je medestudenten waarop je dan feedback krijgt. Je moet de regels zowel kunnen uitleggen als correct kunnen toepassen. In de volgende semesters blijf je de spelling zelfstandig herhalen en inoefenen.
     
  2. Woordenschat: doorheen de verschillende semesters breiden we actief onze woordenschat uit. We zoomen in op verschillende domeinen: denk onder meer aan journalistiek, politiek, wetenschappen, mythologie, oudheid, maatschappij en lifestyle. Dit gebeurt deels in de les, deels thuis.
     
  3. Taalzuivering: we zetten de puntjes op de taalkundige i in de lessen taalzuivering. We leren onder meer om tangconstructies te vermijden, ontdekken het verschil tussen een tautologie en een pleonasme en identificeren congruentiefouten die te vaak gemaakt worden.
     
  4. Literatuur: elk semester lees je twee à drie boeken. Doorgaans naar keuze, maar wel steeds verbonden aan de inhouden die dat semester behandeld worden. Daarnaast bespreken we verschillende literaire periodes en auteurs.
     
  5. Cultuur: tijdens de lessen komt uiteraard ook de Belgische en Nederlandse cultuur aan bod, van film en fotografie tot mode en geografie. Via opdrachten is hier veel ruimte voor eigen inbreng.
     
  6. Uitspraak: elk semester gaan we aan de slag met een aantal uitspraakoefeningen. Bereid je alvast voor op enkele pittige tongbrekers!
     
  7. Vaardigheden: gaandeweg komen schrijven, spreken, lezen en luisteren aan bod.
Welke inhouden omvatten de modules Vakspecifieke didactiek Nederlands?

Tijdens de lessen Vakspecifieke didactiek leren we de puzzel van een boeiende, heldere en activerende les te leggen. Hoe creëer je een motiverende start van de les? Hoe bouw je een les stap per stap op? Hoe integreer je spelvormen in je les? Naarmate de semesters vorderen, breiden we de onderwerpen uit en worden de lessen steeds creatiever en uitdagender. Je zal onder andere les krijgen over hoe je ICT-tools in je les integreert, hoe je Nederlands in beweging kan geven, welke activiteiten je kan ontwerpen voor creatief schrijven, waar je bij stilstaat voor leerlingen met dyslexie, ... Per semester zal je een grote authentieke en relevante examenopdracht krijgen waar je vooral buiten de les aan zal werken. De lessen van dat semester worden in functie van de opdracht gegeven.

Krijg ik les in grote groepen?

Neen, je hebt enkel les met je medestudenten Nederlands. Om je een beeld te vormen: nu zijn er in het eerste én in het tweede jaar telkens tien studenten Nederlands. Sommige lessen didactiek worden echter aan alle taalstudenten samen gegeven. Dan heb je dus eens les in een grotere groep, samen met je medestudenten Frans en Nederlands. De taalstudenten vinden dit een fijne ervaring!

Hoeveel boeken dien ik te lezen?

Je leest gemiddeld twee à drie boeken per semester. De keuze van de boeken wordt bepaald door de thema’s van de lessen literatuur die in elk semester aan bod komen. In het eerste semester zal je jeugdliteratuur ontdekken en zal je dus ook jeugdboeken dienen te lezen. Ook de graphic novel, poëzie en hedendaagse romans voor volwassenen komen doorheen de opleiding aan bod.

Welke voorkennis wordt verwacht?

Er wordt uitgegaan van een bestaande moedertaalkennis. Dit betekent niet dat je al de regels over het gebruik van hoofdletters en het koppelteken al als een expert dient te kennen, maar er wordt wel verwacht dat je de taal al vlot begrijpt, schrijft en spreekt. De grammatica uit het secundair komt nog eens aan bod tijdens de lessen, aangezien je die inhouden zelf zal doceren, maar wel aan een sneller tempo.

Gaan alle lessen door binnen de klascontext?

Neen, er worden een aantal excursies georganiseerd naar onder meer de bib, de bioscoop, Rotterdam, … Er valt veel te ontdekken en je lector staat open voor voorstellen.

Zijn er mogelijkheden tot internationalisering?

Ja, zo kan je bijvoorbeeld stage lopen in onze partnerscholen in Rotterdam.

Waarom zou ik kiezen voor het vak Nederlands?
  • Omdat je een passie voor taal hebt en je die ook wil delen met je leerlingen. Als leerkracht Nederlands zorg je ervoor dat leerlingen vaardigheden ontwikkelen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Denk maar aan het foutloos schrijven van een correcte e-mail, het vlot presenteren voor een publiek en het beargumenteren van een eigen mening. Binnen je lessen kan je vaak ook inzetten op creativiteit en actualiteit.
  • De laatste tijd wordt het beroep van leerkracht Nederlands steeds vaker omschreven als een knelpuntberoep, zowel door de VDAB, professoren als de pers. Uit cijfers blijkt dat meer dan 20% van de taalleerkrachten in het schooljaar 2018-2019 geen specifiek talendiploma had.
  • Je kan niet alleen aan de slag in het reguliere secundaire onderwijs, maar je kan ook lesgeven aan leerlingen van de OKAN-klas én aan volwassenen (NT2).
  • Met een diploma Nederlands kan je overal terecht op de arbeidsmarkt, niet enkel in het onderwijs. Wil je deeltijds werken als copywriter of journalist? Dat kan!

Engels

Welke inhouden omvatten de modules My space Engels?

In elke module My space Engels komen dezelfde domeinen aan bod waarbinnen de inhouden per semester stijgen in moeilijkheidsgraad. Over welke domeinen gaat het?

  1. Grammatica & spelling: per semester is er een syllabus voorzien, beginnend in semester 1 met de herhaling van de tijden en andere algemene grammaticaonderwerpen. De grammaticalessen worden zo praktijkgericht mogelijk gegeven. Je zal de grammatica dus niet enkel moeten kennen, maar die vooral ook moeten kunnen toepassen en uitleggen. Je zal vaak gevraagd worden om aan het bord minilesjes te geven aan je medestudenten waarop je dan feedback krijgt of je zal eventuele moeilijkheden voor leerlingen dienen aan te duiden in een tekst en uitleggen waarom een bepaald grammaticaal fenomeen moeilijk zou kunnen zijn voor leerlingen.
     
  2. Woordenschat: elk semester dien je een boek of deel van een boek in zelfstudie te verwerken. Het gaat dan onder andere over de boeken “Oxford Word Skills”. Daarnaast komt er in de lessen ook nog specifieke woordenschat zoals ‘business English’ en ‘idioms and expressions’ aan bod.
     
  3. Literatuur: elk semester lees je een tweetal boeken, meestal één opgelegd en één naar keuze. Daarnaast wordt er elk semester tijdens de les ook ingegaan op een bepaalde literaire stroming, genre of schrijversgroep (Shakespeare, the Romantics, war poets, …)
     
  4. Cultuur: tijdens de lessen cultuur verdiep je je in de Engelse en - ruimer - de Engelstalige cultuur. Je komt meer te weten over de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk en de V.S., over de Britse gastronomie, over sport, over kunst, geschiedenis, het Britse en Amerikaanse onderwijssysteem, politiek, geografie, enzoverder.
     
  5. Uitspraak/fonetiek/fonologie: elk semester ga je tijdens de les aan de slag met verschillende uitspraakoefeningen, die worden opgebouwd qua moeilijkheidsgraad. Je leert ook gesproken tekst transcriberen.
     
  6. Vaardigheden: elk semester zal je per vaardigheid examenopdrachten krijgen om je vaardigheden te versterken. Tijdens de les ga je aan de slag en krijg je feedback. Thuis werk je de opdrachten af. In totaal komen 5 vaardigheden aan bod, zowel receptieve (luisteren en lezen) als productieve (schrijven, spreken en mondelinge interactie). Per semester wordt op een bepaald niveau van het Europees referentiekader gewerkt:
    • Semester 1: niveau B1 (= niveau dat je al zou moeten hebben na het verlaten van het secundair onderwijs)
    • Semester 2: niveau B2
    • Semester 3: niveau B2
    • Semester 4: niveau C1
Welke inhouden omvatten de modules Vakspecifieke didactiek Engels?

Tijdens de lessen Vakspecifieke didactiek komen heel wat zaken aan bod, gaande van hoe je een eenvoudige les Engels voorbereidt tot hoe je spelvormen in een les Engels integreert. We beginnen met de basis: bijvoorbeeld hoe geef je een les woordenschat of grammatica. Naarmate de semesters vorderen, breiden we de onderwerpen uit en worden de lessen steeds creatiever en uitdagender. Je zal onder andere les krijgen over hoe je ICT-tools in je les integreert, hoe je Engels in beweging kan geven, welke activiteiten je kan ontwerpen voor creatief schrijven, welke werkvormen er bestaan voor leerlingen met dyslexie, enzoverder. Per semester zal je een grote authentieke en relevante examenopdracht krijgen waar je tijdens de les en vooral buiten de les zal aan werken. De lessen van dat semester worden in functie van de opdracht gegeven. Een voorbeeld van een examenopdracht zou kunnen zijn dat je een filmfiche uitwerkt voor een Franstalige film waar leerkrachten uit de eerste of tweede graad secundair onderwijs aan de slag mee kunnen gaan.

Krijg ik les in grote groepen?

Neen, je hebt enkel les met je medestudenten Engels. Om een beeld te vormen: nu zitten er in het eerste jaar 22 studenten Engels en in het tweede jaar 13. Sommige lessen didactiek worden echter aan alle taalstudenten samen gegeven. Dan heb je dus eens les in een grotere groep, samen met je medestudenten Frans en Nederlands. De taalstudenten vinden dit een fijne ervaring!

Moet ik Brits Engels spreken tijdens de lessen en/of op stage?

De leerplannen Engels secundair onderwijs sporen leerkrachten aan om het gebruik van de Amerikaanse variant van het Engels NIET af te keuren aangezien dit demotiverend kan werken. Wij volgen dezelfde redenering. Belangrijker is consequentie: als je ervoor kiest de Amerikaanse uitspraak/spelling te hanteren, dan wordt er verwacht dat je je aan de uitspraak- en spellingsregels van die specifieke variant van het Engels houdt. In de lessen bieden we kennis van zowel de Britse als de Amerikaanse variant aan, zodat je de leerlingen in het secundair onderwijs zo goed mogelijk kan begeleiden.

Hoeveel boeken dien ik te lezen?

Je leest gemiddeld twee boeken per semester. Het thema van de boeken wordt bepaald door de thema’s die in de lessen literatuur aan bod komen.
In het eerste semester zal je Engelstalige jeugdliteratuur ontdekken en zal je dus ook jeugdboeken dienen te lezen, zoals Alice in Wonderland. Van bepaalde boeken zal je ook de verfilmde versie dienen te bekijken.
In het tweede semester komen het stripverhaal, de grafische roman en fabels aan bod.
In het derde semester zal je gothic short stories ontdekken.
In het vierde semester lees je enkele hedendaagse romans. Er is een direct verband tussen de thema’s uit de les literatuur en de literatuur die in het secundair onderwijs aan bod komt.

Welke voorkennis wordt verwacht?

Idealiter heb je een talige vooropleiding genoten in het secundair onderwijs zodat je al een goede basis Engels hebt. De grammatica en woordenschat uit het secundair komen natuurlijk nog eens aan bod tijdens de lessen aangezien je die inhouden zelf zal doceren, maar aan een sneller tempo.

Wat kan ik doen als ik niet over de nodige voorkennis beschik?

Heb je weinig basiskennis Engels? Heb je het moeilijk om eenvoudige zaken in het Engels te zeggen of te schrijven? Dan raden wij je aan om in de zomervakantie voorafgaand aan de opleiding BASO, al een taalbad te nemen. Je kan bijvoorbeeld deelnemen aan een Engelstalig taalkamp (Roeland vzw, Clip taalvakanties, ...). Je kan er ook voor opteren om twee maanden in een Engelstalige regio te gaan werken (zolang de brexit dit toelaat, uiteraard). Dat kan bijvoorbeeld aan de receptie van een hotel in Engeland of als au pair of animator op een kamp in het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast bieden ook tal van centra Engelse taalcursussen aan. Wil je ook in zelfstudie aan de slag, fris dan je basiskennis op aan de hand van het boek Oxford Word Skills – basic (dat we ook zullen gebruiken in het eerste semester). Daarnaast helpt kijken/luisteren naar Engelstalige tv-series/films/podcasts/… ook erg veel bij het ontwikkelen van je vaardigheden. Om je schrijfvaardigheid te trainen, kan je af en toe eens een recensie schrijven over wat je bekijkt/leest/beluistert.

Gaan alle lessen door binnen de klascontext?

Neen, er worden een aantal dagexcursies georganiseerd naar onder meer de bib, de historische binnenstad, een boekenwinkel, de lokale cinema, het Africamuseum enzoverder. Er valt veel te ontdekken!

Zijn er mogelijkheden tot internationalisering?

Ja, je kan specifiek voor het vak Engels lessen bijwonen of stage lopen in onze Engelstalige partnerscholen in bv. Ierland of de V.S. Zelfs in Zuid-Afrika kan je aan de slag!

Waarom zou ik kiezen voor het vak Engels?
  • Omdat Engels een van de meest gesproken en dus belangrijkste talen ter wereld is, maar ook de taal met een zeer rijke en diverse cultuur!
  • Met een diploma Engels kan je overal terecht op de arbeidsmarkt, niet enkel in het onderwijs. Wil je deeltijds in het onderwijs werken en daarnaast werken in de toeristische sector of in een internationaal bedrijf? Het kan allemaal met je diploma Engels.
     

Aardrijkskunde

Kan je het vak aardrijkskunde in één zin toelichten?

Aardrijkskunde is dat vak dat de wereld binnenbrengt in de klas en de leerlingen een kritisch venster biedt op wat vandaag in de wereld gebeurt.

Welke kennisinhouden en vaardigheden komen aan bod in het vak?

Aardrijkskunde is als competentiegestuurd wetenschapsvak gericht op ruimtelijk-relationeel denken en handelen. Het onderzoekt de wisselwerking tussen activiteiten van de menselijke samenleving en de fysische ruimte waarin deze voorkomen. Anders gezegd: het vak waarin je leerlingen leert na te denken over hoe hun wereld in elkaar zit, waarin je hen aanzet tot het ontrafelen van de eenvoudige en complexe relaties in die wereld en hen leert stilstaan bij onze handelingen en de gevolgen daarvan elders in de wereld. Het vak aardrijkskunde raakt daardoor heel wat actuele thema’s aan zoals klimaatverandering, globalisering, duurzame ontwikkelingsdoelen, internationale migraties en ruimtelijke ordening. Via het vak kunnen heel wat nieuwe eindtermen worden gerealiseerd, gezien de aanwezigheid van verschillende aardrijkskundige thema’s in de Europese sleutelcompetenties.

Welke rol speelt onderzoek in het vak aardrijkskunde?

Aardrijkskunde steunt op een reeks wetenschappelijke en noodzakelijke onderzoeksmethoden: je kan nu eenmaal niet zonder observatie en analyse, oriëntering en kaartvaardigheid, Geo-ICT en onderzoekend leren. Lessen aardrijkskunde zijn trouwens krachtige lesmomenten met veel aanschouwelijk materiaal.

Is het mogelijk om vanuit het vak aardrijkskunde vakoverschrijdend te werken?

Aardrijkskunde is een brugvak tussen de natuur- en humane wetenschappen. Dit biedt veel mogelijkheden tot multidisciplinair en interdisciplinair samenwerken met verschillende andere onderwijsvakken.
Aardrijkskunde is een STEM-vak en neemt ook in PAV en MAVO een belangrijke plaats in. Gezien de vele thema’s die het vak aardrijkskunde bestrijkt, vervult het ontegensprekelijk een brugfunctie in de vakken waarin een geïntegreerde aanpak centraal staat.

In hoeverre komt actualiteit aan bod in de lessen aardrijkskunde?

Elk aardrijkskundig topic kan aan de actualiteit worden gekoppeld. Het vak is dus zeker en vast maatschappelijk relevant en is met alle onderwerpen ook te koppelen aan de leefwereld van de leerlingen.

Kan ik als leraar aardrijkskunde uitstappen doen?

Aardrijkskunde is bij uitstek het vak waarin outdoor learning centraal staat en is trouwens ook het enige lesvak waarvoor deze context door de eindtermen wordt opgelegd. Er zijn tal van mogelijkheden voor buitenschoolse activiteiten zoals uitstappen, excursies, veldwerk, meerdaagse projecten, … Aardrijkskunde is trouwens ook prima te combineren met het vak Lichamelijke Opvoeding (vb. bij oriëntatieloop).

Is het vak aardrijkskunde geschikt voor CLIL-onderwijs?

Het vak aardrijkskunde leent zich prima voor CLIL-onderwijs, gezien het brede spectrum aan onderwerpen en inhouden.

Welke toekomstmogelijkheden heeft een afgestudeerde educatieve bachelor aardrijkskunde?

Voor de toekomstige leraar biedt het vak aardrijkskunde interessante toekomstmogelijkheden in het onderwijs. Leerkracht aardrijkskunde staat op de VDAB-lijst van knelpuntberoepen, gezien het grote tekort aan gekwalificeerde vakdocenten. Naast het onderwijs kan je als bachelor ook terecht in educatieve centra en overheidsinstellingen.

Techniek

Wat is techniek?

Techniek is een algemeen vak om technische geletterdheid aan de leerlingen mee te geven. Het vak wordt enkel gegeven in de eerste graad, zowel in de A- als de B-stroom. Daar krijgt iedere leerling verplicht techniek. Het is dus niet verbonden met een technische opleiding.

Techniek is niet zomaar een vak, maar je gaat je leerlingen begeleiden en vooral coachen. De leerplannen techniek zijn heel open en geven de leerkracht veel vrijheid en autonomie.

Hoe wordt dit vak gegeven?

Doordat techniek zo’n breed vak is, heb je als leerkracht heel veel vrijheid om je lessen in te vullen. We werken projectmatig volgens het technisch proces. Dit betekent dat we altijd starten vanuit een probleemstelling en dit willen oplossen door bij te leren over bepaalde zaken die we nodig hebben om ons probleem op te lossen. Zo kan je onderzoeken wat de stevigste verbinding is voor hout als je een zo stevig mogelijke constructie moet maken, maar je kan evengoed ontdekken hoe je lampjes doet oplichten om daarna een zaklampje te maken.

Er zijn 5 ervaringsgebieden waar de inhoud aan gekoppeld wordt:

  • Energie
  • Transport
  • ICT
  • Biotechniek
  • Constructie
Heb ik voorkennis nodig?

Nee! Je hebt helemaal geen voorkennis nodig. Tijdens de lessen krijg je de kans om zowel theoretische als praktische vaardigheden in te oefenen. Een brede interesse in de wereld van wetenschap en techniek is wel wenselijk.

Is er toekomst als leerkracht techniek?

Absoluut! Er zijn heel wat scholen die smeken om techniekleraren. Zo kan je ook ingezet worden in de lessen STEM (Science, Technology, Engineering and Maths). Als techniekleraar heb je daar het enorme voordeel dat de didactische aanpak van het vak heel erg lijkt op deze van techniek.

Wiskunde

Hoe ziet de ideale wiskundestudent eruit voor de opleiding Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs?
  • JIJ, een student die gefascineerd is door de logica van het mooie vak wiskunde.
  • JIJ, een student die oprecht gelukkig wordt wanneer je iets met handen en voeten uitlegt aan een puber en die ook plots een opluchting vertoont wanneer hij/zij het eindelijk begrijpt!
  • JIJ, de student die inziet dat wiskunde ook fun kan zijn, nieuwsgierigheid kan opwekken bij jezelf en je toekomstige leerlingen.
  • JIJ, die blijft graven in de materie en die andere manieren vindt om iets te visualiseren, waarbij je zelf versteld staat van de eenvoud van de abstractie.
  • JIJ, de student die het warm krijgt bij lastige oefeningen, maar ervoor gaat en niet opgeeft en dan een gevoel van trots voelt wanneer je de oplossing uiteindelijk hebt gevonden.
  • Zie jij de Wiskunde in onze Wereld?  
  • JIJ, jij bent het!
Welke opleiding moet ik gevolgd hebben in het middelbaar? Hoeveel uur wiskunde moet ik gehad hebben?

Het zou al te gemakkelijk zijn om aan te geven dat je geen voorkennis nodig hebt, dat we vanaf nul starten. Maar … het is duidelijk dat je een mate van abstract denken nodig hebt om aan de opleiding te beginnen en ook als leerkracht voldoende sterk in je schoenen te staan. 

Stel: je volgde een opleiding met 3 uur wiskunde in de derde graad TSO (bv. STW), liefst voorafgegaan door een opleiding met 4 uur wiskunde (ASO/TSO) tot en met het vierde middelbaar. Studenten met deze voorkennis worden stap per stap begeleid. Het is zeker mogelijk om te slagen, met inzet als de belangrijkste factor.

Studenten die in derde graad een wiskundige richting volgden (6 uur of meer) worden zeker voldoende uitgedaagd. Denk dus niet dat het een ‘walk in the park’ wordt. De klemtonen liggen anders en zorgen voor een heel andere boost.

Is dit een theoretisch vak?

Het vak is opgesplitst in My space en Praktijk, zoals alle vakken in de bachelor Secundair Onderwijs. 

  • My space is de vakinhoud van wiskunde.
  • Praktijk: je gaat aan de slag met didactiek specifiek voor het vak wiskunde. Je leert ook effectief voor een kleine groep studenten lesgeven in micro-teachings, en dan in een echte klas tijdens je stage.

Hoewel je er misschien van uitgaat dat My space ongelofelijk theoretisch is, is het helemaal niet zo. Het aantal uren didactiek is zo beperkt om alle knepen van het vak te leren dat dit verweven zit in de lessen My space. Zeker wanneer de leerstof eerste graad getallenleer en meetkunde aan bod komen.
Dat is eenvoudige leerstof, de manier waarop het overgebracht moet worden daarentegen is dé uitdaging. We gaan echt in op visualiseren, ervaren, analyseren, toepassen, de wiskunde in de wereld zien!

Je merkt het al. In het eerste jaar gaan we vooral aan de slag met leerstof eerste graad.

Is er toekomst als leerkracht wiskunde?

Absoluut! 😊
Veel scholen smeken om goede wiskundeleerkrachten voor de eerste, tweede en derde graad. Voor jou betekent dit vooral eerste en tweede graad. 

De onderwijswereld is helemaal aan het veranderen, belangrijk is creativiteit en abstract denken, oplossingsgericht denken en probleemoplossend denken. 
Dit wordt de grootste brok die wij onze toekomstige leerlingen zullen moeten aanleren. ICT en wiskunde zullen hand in hand gaan. Het rekentechnische aspect binnen de wiskunde wordt zeker via computers ondersteund, logisch ook, zij kunnen het véél en véél sneller. Maar dat betekent niet dat wij als leerkrachten deze rekenregels niet moeten kennen en kunnen overbrengen. 
Meer dan dit zal wiskunde staan voor ‘verbanden zien’, ‘abstract denken’, ‘logica’, ‘dataverwerking d.m.v. ICT’, …
 

Waarom deze opleiding aan Howest volgen?

Een van de speerpunten binnen Howest is dat we met een creatieve bril naar een vak kijken.

Ja, natuurlijk, je krijgt een sterke basis wiskunde zodat je als leerkracht voelt dat jouw kennis ruim is en onderbouwd met vele extra’s. Daarbovenop is de manier van aanpakken van leerstof, kijken naar het vak opener. We proberen steeds verbindingen te maken met andere vakken, met de actualiteit, met muziek, ...

Met andere woorden: We laten de Wereld binnen in de Wiskunde!

Geschiedenis

Krijgen wij geschiedenis zoals in het middelbaar of verloopt dat toch anders?

Alle historische periodes komen aan bod zoals in het middelbaar, maar dan aan een sneller tempo en een pak meer uitgediept. Het is namelijk de bedoeling dat jij vakexpert wordt.

Ons curriculum is echter zodanig uitgebouwd dat er ook ruimte is om je eigen accenten te leggen. Zo werken we circulair en niet chronologisch. Dit betekent dat je in het eerste jaar alle historische periodes reeds ziet, er wordt een stevige basis gelegd. In het tweede jaar gaan we sterk uitdiepen, waar we je ook de kans geven om via eigen onderzoeksvragen eigen accenten te leggen binnen thema’s die je heel sterk aanspreken. Op die manier bouw jij je leerkrachtspecifieke vakexpertise verder uit. In het derde jaar is er geen vaste vakinhoud geschiedenis meer, maar ga je op een vakoverschrijdende manier aan de slag binnen het vak PBL (project based learning) waarbij je je vakexpertise inzet binnen grotere projecten*. Op die manier word je klaargestoomd om zowel in de eerder traditionele scholen mee te draaien als je weg te vinden binnen scholen die vernieuwender onderwijs organiseren.

*Een voorbeeld van zo'n project is het uitwerken van een ‘Dag uit het leven van’ een historisch personage. Daarbij werk je samen met vakken als Frans en Engels om de juiste taal te kunnen spreken, met techniek om voorbeelden van werktuigen en meubilair te maken, met informatica om bijvoorbeeld de periode virtueel te reconstrueren, ...

Wat is het verschil tussen vakdidactiek en vakstudie?

Didactiek betekent letterlijk de kunst van het onderwijzen. Binnen vakdidactiek krijg je dus de nodige handvatten mee over hoe je het vak geschiedenis overbrengt aan leerlingen. Binnen Onderwijslab ga je dieper in op hoe leerlingen leren en hoe je een krachtige leeromgeving kan ontwerpen, waarbij je de hier opgedane kennis binnen vakdidactiek geschiedenis verder zal uitdiepen en toepassen op het vak geschiedenis zelf. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: het doel bepalen van de geschiedenisles, hoe analyseer ik stapsgewijs een afbeelding, hoe leer ik leerlingen bronnen kritisch benaderen, hoe ontwerp ik een didactische uitstap binnen het vak geschiedenis, etc. Binnen vakstudie ligt de focus echt op de inhoud, en dus op het vakexpert worden in jouw vak. De lectoren zorgen er wel voor dat je meerdere werkvormen leert kennen die je later ook kan toepassen in je eigen (stage)lessen. Teach what you preach dragen wij hoog in het vaandel!

Hoe groot zijn de klasgroepen?

De klasgroep geschiedenis bestaat doorgaans uit een twintigtal studenten. Voor de algemene vakken is de klasgroep uiteraard groter. Dit betekent evenwel dat we een hechte band met elkaar kunnen opbouwen en we vlot aanspreekbaar zijn. We kunnen je ook van nabij coachen om je te doen groeien in je leraarschap.

Welk materiaal heb ik nodig?

We laten je een aantal handboeken aankopen, maar deze zijn zorgvuldig geselecteerd. Dit betekent dat je ze doorheen je volledige driejarige opleiding kan gebruiken, als studiemateriaal en als naslagwerk. We houden met opzet het budget laag. In de campusbibliotheek vind je genoeg andere naslagwerken die je eenvoudig en gratis kan ontlenen. Heb je nog een historische atlas uit het secundair onderwijs? Dan mag je die gerust nog gebruiken en hoef je geen nieuw exemplaar aan te schaffen.

Welke periodes komen aan bod?

Wij behandelen alle historische periodes. Als leerkracht geschiedenis is het namelijk belangrijk dat je een ruime algemene kennis hebt over de algehele wereldgeschiedenis. We benadrukken hier ook even ‘wereld’, we proberen namelijk de sterk eurocentrische visie op geschiedenis in het Vlaamse onderwijs te doorbreken. Burgerschap, maar ook wereldburgerschap kent een plaats binnen dit vak.

De nadruk ligt wel op de periodes die je zelf zal moeten onderwijzen. Dus alles vanaf de prehistorie tot en met de Franse Revolutie.

Moeten we data kennen?

Data worden tot een minimum beperkt. Een aantal scharnierdata, die je mogelijk nu al kent, komen uiteraard aan bod. Al was het maar om ze opnieuw in vraag te stellen.

Vind ik later gemakkelijk werk als leerkracht geschiedenis?

Het vak wordt ingericht van het eerste tot en met het zesde jaar secundair onderwijs, in het ASO en TSO. Afhankelijk van het leerjaar gaat dit om 2 of 1 uur per week. Ook richtingspecifiek kan hier een verschil op zitten. Jouw lesbevoegdheid gaat van het eerste tot en met het vierde middelbaar. Er vallen dus wel wat uren te scoren, het spreekt voor zich dat hoe groter het aantal leerlingen (en klassen) in een school, hoe meer uren geschiedenis er kunnen worden ingericht. Daarnaast zien we een tendens naar meer projectgericht onderwijs. De geschiedenisleraar, met zijn of haar ruime bagage aan kennis, is hierbij een graag geziene gast, want om vakoverschrijdend te werken, heb je veel extra’s in je mars.

Ook in het BSO zijn er historische competenties te behalen. Dit wordt echter veelal geïntegreerd in het vak PAV (project algemene vakken) of in MAVO (maatschappelijke vorming). Hiervoor kan je ook lesbevoegdheid krijgen, het is echter altijd aangeraden om een opleiding voor deze vakkencluster te volgen. Dat kan als tweede of derde vak in één jaar, na de driejarige opleiding.

Aanrader!

Biologie - Natuurwetenschappen

Waarin verschilt biologie van natuurwetenschappen?

Natuurwetenschappen is een vak waarbij de deelwetenschappen biologie, chemie en fysica op een meer geïntegreerde manier aan bod komen en waarbij voorbeelden uit de leefwereld (contexten) steeds belangrijk zijn om de leerstof te duiden.

Biologie richt zich specifiek op de studie van levende organismen. 

Hoe komt het dat Howest een combinatie van biologie en natuurwetenschappen aanbiedt?

Het diploma dat je ontvangt, is er een van Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs voor het vak Biologie. Toch geven wij je voldoende basis mee van de vakken chemie en fysica, en dit om twee redenen:

  1. In het vak biologie zal je steeds voldoende linken moeten leggen met zowel chemie als fysica
  2. In het werkveld is het een voordeel om naast biologie in de eerste en tweede graad ook natuurwetenschappen te geven (zie ook “Welke vakken mag ik allemaal geven?”).

Bovendien is het mogelijk dat je toekomstige directeur ook vraagt om een aantal uren chemie of fysica te geven. Wij leiden je dus zo breed mogelijk op om sterk in je schoenen te staan voor de vakken biologie en natuurwetenschappen, maar ook om extra taken op te kunnen nemen in je toekomstige school.

Welke vooropleiding moet ik minstens hebben gevolgd?

Een vooropleiding in wetenschappelijke vakken is aangeraden. Als je het vak natuurwetenschappen tot en met de tweede graad succesvol gevolgd hebt in het secundair onderwijs, lukt dit zeker. Had je minder uren wetenschappen, dan kunnen wij je op maat ondersteunen, maar dit vraagt sowieso een extra inspanning van je.

Welke vakken mag ik allemaal geven?

Je studeert af als Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs Biologie en kan daardoor heel wat vakken geven. Zie hiervoor: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/bekwaamheidsbewijzen/tabel.aspx?s=diploma&niv=SO&g=&id=1490.

Welke handboeken/cursussen worden gebruikt?
In welk gebouw/lokaal zal ik biologie-natuurwetenschappen volgen?

Alle lessen en practica van biologie-natuurwetenschappen gaan door in een nieuw didactisch labo in de Rijselstraat 5 (https://www.howest.be/nl/contact/brugge/campus-brugge-station-bst5) en dus niet in de Sint-Jorisstraat 71.

Hoeveel tijd zal ik spenderen op Howest? En wat wordt er thuis van mij verwacht?

Zie ook de algemene info over de Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs. Het is zeker aangeraden om naar alle geroosterde sessies te komen van biologie-natuurwetenschappen. Er worden in het didactisch labo naast frontale lessen heel wat andere werkvormen en interessante practica gegeven.

Kan ik als afstandsstudent het vak biologie volgen?

Dit kan zeker! Maar wij raden toch aan om een aantal contactmomenten in te plannen om zowel de praktische opdrachten beter te duiden als om een aantal cruciale praktische vaardigheden voor te tonen (zoals het gebruiken van een microscoop). Er is ook de mogelijkheid om labotoestellen (zoals microscopen) te ontlenen.

Is er ook de mogelijkheid om STEM te volgen en wat is de relatie met biologie/natuurwetenschappen?

STEM (Science, Technology, Engineering, Mathematics) is in de kern het toepassen van onderzoeksvaardigheden en ontwerpvaardigheden in functie van problemen uit de leefwereld. STEM is een module die je in het laatste jaar sowieso als keuzevak kan opnemen, maar binnen het team van de Educatieve Bachelor Secundair Onderwijs is er heel wat expertise met betrekking tot STEM en onderzoekend leren. Dit betekent dat je gedurende de volledige opleiding biologie-natuurwetenschappen te maken krijgt met de nieuwste inzichten op het vlak van onderzoekend leren en je onderzoeksvaardigheden dus goed aangescherpt worden.

Project Algemene Vakken (PAV)

Wat is een ideale PAV-student?

Een PAV-student ...

  • heeft een open blik op de maatschappij om zich heen, maar ook op de gebeurtenissen in de hele wereld.
  • gebruikt creativiteit om inhouden te vertalen naar een publiek dat ervan houdt op zijn niveau uitgedaagd en geactiveerd te worden.
  • leeft zich in de wereld van een BSO-leerling in en gebruikt deze leefwereld om de leerling verder te doen groeien.
  • zet zich actief in om zich de nodige kennis en vaardigheden eigen te maken en daagt zichzelf uit om nog een stapje verder te gaan.
Ik ken het vak niet echt, wat houdt het in?

Project Algemene Vakken werd in het leven geroepen omdat BSO-leerlingen een andere aanpak nodig hebben dan de klassieke vakkenopdeling.

In PAV wordt thematisch en projectmatig gewerkt. De afzonderlijke vakken Nederlands, wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, natuurwetenschappen, maatschappelijke vorming, culturele expressie, … worden vervangen door thema’s en projecten waarin de verschillende inhouden uit de algemene vakken samen aan bod komen.

Binnen een thema als gezondheid worden grafieken gelezen, informatie over gerelateerde instellingen opgezocht, gedebatteerd, de werking van vaccinaties ontdekt, een beurs rond gezondheid georganiseerd, … Kortom, er wordt levensecht en functioneel geleerd.

Het opzet van PAV is om de leerlingen die competenties bij te brengen die nodig zijn om als een volwaardige, geïnformeerde burger deel te nemen aan de maatschappij in al haar facetten (beroepsmatig, privé, sociaal…).

Zijn BSO-leerlingen niet een moeilijke doelgroep?

Neen! Ze zijn wel iets directer en hebben het hart op de tong en zijn dus heel oprecht. Ze zijn daarnaast graag actief bezig en kunnen oprecht geïnteresseerd meewerken als je ze op de juiste manier uitdaagt. Dit zorgt ervoor dat sommigen de doelgroep als “moeilijk” omschrijven.

Jij kan daar op een goede manier op inspelen. BSO-leerlingen hebben nood aan en recht op gemotiveerde leerkrachten die een hart hebben voor deze leerlingen en didactisch sterk zijn binnen de diverse leerdomeinen. Leerkrachten die weten hoe ze gevarieerd, projectmatig en effectief te werk kunnen gaan.

De nodige tips en tricks leren wij jou in de opleiding. Zo bouw je een goede relatie met de leerlingen op en zal je hun dankbaarheid heel sterk ervaren!

Welke inhouden zien we in PAV?

Leerplannen PAV wijzen op geletterdheid en bewustzijn. De vaardigheden die jouw leerlingen zullen moeten beheersen, zal jij zelf aanleren, maar je zal ook de theoretische achtergrond ervan begrijpen en leren.

Onderstaande domeinen zijn verdeeld over de verschillende semesters, waarbij in elk semester een bepaalde focus wordt gelegd in de lessen vakstudie:

  • Taalgeletterdheid (in realistische situaties schriftelijk en mondeling communiceren)
  • Rekenkundige geletterdheid of gecijferdheid (in realistische situaties berekeningen maken)
  • Informatievaardigheid (opzoeken en verwerken van informatie, o.a. via ICT)
  • Wetenschappelijke geletterdheid (in realistische situaties wetenschappelijke benaderingen herkennen)
  • Economische geletterdheid (noodzakelijke maatschappelijke vaardigheden op financieel vlak)
  • Tijd- en ruimtebewustzijn (de actualiteit en maatschappelijke gebeurtenissen in België en in de wereld volgen en linken aan theoretische kaders)
Hoe leer ik lesgeven?

In vakdidactiek zal je:

  • De didactische en theoretische kaders toepassen.
  • Aanleren en inoefenen hoe je de inhouden uit de verschillende domeinen aanleert aan BSO-leerlingen.
  • Principes toepassen om je toekomstige leerlingen te motiveren en te boeien om zelf te groeien in noodzakelijke maatschappelijke vaardigheden.
  • In oefenlessen voor medestudenten experimenteren met verschillende werkvormen.
Zal ik als leerkracht PAV vlot werk vinden?

PAV is een vak dat alle algemene inhouden voorziet voor de BSO-leerlingen. Het wordt in de tweede graad 6 uur per klas gegeven, in de derde graad 4 uur per klas en in het zevende jaar 6 uur per klas. Zo kom je snel aan een fulltime-opdracht.

Vroeger heerste de mentaliteit dat PAV een vak is dat iedereen met een lerarenopleiding kan geven, maar steeds meer groeit het bewustzijn dat leerkrachten met kennis van de specifieke PAV-didactiek PAV nodig zijn. Alle PAV-alumni van Howest die in het onderwijs wensten te stappen, geven vandaag ook effectief PAV.

Ik ben niet goed in wiskunde. Is dat een probleem?

Dat is geen probleem. Wat we in PAV behandelen en aan de leerlingen aanleren, zijn basisrekenvaardigheden (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen). Geen echte wiskunde dus. We werken niet met sinus en cosinus, maar rekenen in dagelijkse situaties: grafieken lezen (en maken op computer), oppervlakte en inhouden berekenen, rekenen met schaal, met procenten rekenen, …

In de praktijk zien we zelfs dat leerkrachten die zelf moeite hebben met rekenen, vaak degene zijn die het duidelijkst aan BSO-leerlingen kunnen uitleggen hoe het moet. Aangezien zij zelf vaak stapsgewijs te werk moeten gaan, doen ze dat ook met de leerlingen.

Je krijgt tijdens de opleiding ook de kans om je rekenvaardigheden bij te werken, we herhalen alle belangrijke leerstof en maken er oefeningen op zoals die in PAV voorkomen.

Informatica - ICT-coördinator

Welke leerstof komt aan bod?
  • Microsoft Office (Word, PowerPoint, Excel en Access)
  • Computerhardware en netwerken
  • Statisch webdesign (HTML en CSS)
  • Programmeren (Python)
  • Windows Server (lokaal schoolnetwerk instellen)
  • Beeld- en videobewerking (vrije keuze welk programma je wil gebruiken)
  • Functie ICT-coördinator
Welke voorkennis wordt verwacht?

Er is geen specifieke voorkennis nodig, we starten van nul. Het tempo bij bepaalde onderwerpen ligt wel heel hoog. Zo gaan we snel door Word en PowerPoint omdat de meeste studenten daar al een goede voorkennis van hebben.

Economie

Is er voorkennis vereist?

Nee, we starten van nul zowel bij algemene economie als toegepaste economie en boekhouden. Studenten zonder voorkennis worden stap per stap begeleid, studenten met voorkennis worden dan weer voldoende uitgedaagd.

Zit er veel wiskunde in Economie?

De economische wetenschap op zich is eerder abstract waarbij er ook enkele grafieken en formules besproken worden. Ook in de module boekhouden komen er berekeningen aan bod, maar niet in die mate dat dit een valkuil is. Je wordt hierbij telkens goed begeleid.

Is dit een theoretisch vak?

Economie in het secundair onderwijs wordt omschreven als een doe-vak, maar in de opleiding gaan we uiteraard ook in op de achterliggende economische wetenschap. We behandelen echter evengoed ook toegepaste economie. In de lessen didactiek gaan we specifiek op zoek naar boeiende en creatieve manieren om een les economie aan te pakken.

Economie is dat alles wat met geld te maken heeft?

Nee, economie is zoveel meer 😊.

Heb je er al eens bij stilgestaan op welke manier een prijsdaling je aankopen zal beïnvloeden? Maakt het verschil of het om de laatste iPhone of een bruin brood gaat?
Waar zal jij die iPhone kopen? Ga je hiervoor naar een fysieke winkel of ga je voor de easy way en koop je online? Hoe betaal je dan? Met een bankkaart of met een hippe app? 
Eet je graag een belegd broodje in een trendy foodbar? Ben je ervan bewust dat de prijs dan wellicht wat hoger zal liggen? Welke marketingstrategie heeft de ondernemer hierbij bedacht?
Wat als je loon stijgt, maar ook de prijzen? Is dit nu positief of negatief?
Of snak je ernaar om het boekhouden te doorgronden? Wil je nu eindelijk eens écht weten waarom alle boekingen nodig zijn? Zodra je dit doorgrond hebt, wordt boekhouden een toppertje.
Economie staat ook voor actualiteit. Wat zal de invloed zijn van het coronavirus op de wereldwijde economie? Wat is de invloed hiervan op de EU en de open grenzen?

Kortom, economie is een waaier van thema’s, elk vanuit hun eigen invalshoek.

Is er toekomst als leerkracht economie?

Zeker! Door de hervorming van het secundair onderwijs zullen alle leerlingen van alle richtingen en alle leeftijden economische en financiële geletterdheid bijgebracht worden. Als leerkracht economie help je leerlingen hun mannetje/vrouwtje te staan in de maatschappij zodra ze de schoolbanken verlaten hebben.

Als leerkracht economie zal je ook lesgeven in de basisoptie economie en organisatie. Dit is een richting die leerlingen kunnen kiezen vanaf het tweede jaar. Deze keuzerichting neemt wekelijks 5 lesuren in. De basisoptie economie en organisatie wordt voor het eerst georganiseerd vanaf september 2020.

Als educatieve bachelor voor het onderwijsvak economie kan je lesgeven in de eerste en tweede graad, zowel in A-stroom als B-stroom, maar ook in de derde graad B-stroom.

Waarom zou ik kiezen voor het onderwijsvak economie?

Als leerkracht economie sta je in voor een gevarieerd aanbod aan lessen in verschillende richtingen. Een basisinzicht in economische begrippen en handelingen is belangrijk voor iedereen. De Vlaamse overheid erkent en benadrukt dit ook door voortaan alle leerlingen onder te dompelen in de financiële en economische geletterdheid.

Een leerkracht economie krijgt voortdurend input vanuit de actualiteit en kan kiezen uit een resem van economische spellen die de lessen boeiend maken.

Als je studeert bij Howest word je inhoudelijk maar ook didactisch goed opgeleid en begeleid. We helpen jou om een leerkracht te worden die niet alleen sterk is in zijn of haar vak, maar die dit ook op een boeiende en motiverende manier kan brengen!

Promofilmpje

Check zeker het filmpje waarbij je studenten economie aan het werk ziet tijdens de lessen didactiek.

Niet-confessionele zedenleer

Moet ik niet-confessionele zedenleer gevolgd hebben in het secundair onderwijs?

Nee hoor. Iedereen kan met de opleiding Niet-confessionele zedenleer starten. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je beseft dat het om een levensbeschouwelijk vak gaat en dat je uiteraard achter de waarden en normen van het vrijzinnig-humanisme staat.

Lijkt niet-confessionele zedenleer in de lerarenopleiding op niet-confessionele zedenleer in het secundair onderwijs?

Dat hangt er natuurlijk vanaf hoe die lessen er in het middelbaar precies uitzagen. De manier van aanpak van leerkrachten Niet-confessionele zedenleer kan namelijk al eens verschillen. Het is zeker niet zo dat we tijdens de opleiding voortdurend over de actualiteit van de dag of een ander moreel probleem zitten te discussiëren. In de lerarenopleiding zullen we ons veeleer buigen over de vraag hoe we zo’n discussie dan best opbouwen. Welke methodes we best hanteren om dingen bespreekbaar te maken. Daarnaast is er ook een belangrijk theoretischer stuk waarin we ons buigen over wat ethiek nu precies is en hoe we dat moreel denken kunnen analyseren. Maar daarvoor maken we dan soms gretig gebruik van de actualiteit die zich net aandient.

Welke inhouden omvatten de modules niet-confessionele zedenleer?

In My space niet-confessionele zedenleer semester 1 buigen we ons eerst over de Inleiding tot Niet-confessionele zedenleer (achtergrond van de levensbeschouwelijke vakken, vrijzinnig humanisme), daarna over Inleiding tot de Ethiek (morele ontwikkeling van jongeren, waarden en normen, kenmerken van moreel denken) en bekijken we ook de mensenrechten als basis voor de leerplannen Niet-confessionele zedenleer.

In semester 2 bekijken we in Ethiek welke soorten motivaties mensen geven voor hun morele keuzes. Die houden we dan uiteraard kritisch tegen het licht. De lessen vakdidactiek zijn veel meer gericht op het leren ontwikkelen van lesstrategieën voor niet-confessionele zedenleer. Welke onderwerpen zijn geschikt? Wat staat in de leerplannen? Waarom zouden de leerlingen hierover les moeten krijgen? Hoe pakken we dat dus best aan? Welke inhouden hebben we nodig? Welke methodes en media gebruiken we? Hou bouwen we dat op?

Moet ik op de hoogte zijn van de actualiteit?

Ja. Op de hoogte zijn van de actualiteit is een vereiste en ook wel een opdracht, want het vraagt zeker een inspanning om uit je eigen bubbel te stappen. Natuurlijk kan je nooit van alles volledig op de hoogte zijn, maar de attitude om een brede belangstelling te hebben, is zeker belangrijk. Uiteraard komt hier zeker veel kritisch denken bij kijken.

Bestaan er handboeken niet-confessionele zedenleer voor het secundair onderwijs?

Nee, die bestaan niet. Het lijkt vrij logisch dat zo’n werkboeken al verouderd zouden zijn voor ze gedrukt zijn. Een blik op de leerplannen zal je al duidelijk maken dat zoveel themavelden en onderwerpen behandeld kunnen worden dat een handboek zinloos is. Leerkrachten krijgen ook bijzonder veel vrijheid om zelf de inhoud van hun lessen te bepalen.

Bestaat er veel online lesmateriaal voor niet-confessionele zedenleer?

Dat is er in overvloed. Er zijn heel veel communities en leerplatformen waar materiaal en inspiratie gedeeld worden. Op dit moment is ook een enorme website in de maak om lesmateriaal te verzamelen met een kwaliteitsgarantie.

Is er veel werkgelegenheid voor leerkrachten niet-confessionele zedenleer?

Ontzettend veel. Het afgelopen jaar waren er bijzonder veel vacatures die niet ingevuld konden worden.

Lichamelijke opvoeding

Is er voldoende werk als leerkracht LO?

Er is algemeen veel vraag naar leerkrachten. Leerkrachten LO worden polyvalent opgeleid waardoor ze polyvalent inzetbaar zijn in het werkveld en dus ook vlot aan werk geraken.

Hoe moeilijk is de inhoud van vakken als anatomie en fysiologie?

De inhoud is goed verstaanbaar indien je de leerstof goed opvolgt. Uiteraard zijn dit vakken waarvoor je moet studeren, maar we beginnen aan de basis. Bovendien word je via tussentijdse evaluatie en permanente evaluatie goed opgevolgd.

Ik kom uit het BSO. Kan ik de opleiding volgen?

Dat kan, maar je zal hard moeten werken. Eventueel met een aangepast traject. De instaptoets lerarenopleiding kan je alvast een goed beeld geven.

Moet ik in alle sporten heel goed zijn?

Neen, we verwachten niet dat je een topatleet in elke sport bent. Je moet echter wel de wil hebben om aan jouw mindere sporten te werken en een basisniveau aan te tonen.

Ik twijfel over de haalbaarheid in combinatie met mijn sport. Welke faciliteiten kan ik aanvragen?

Je kan een sportstatuut aanvragen als je aan bepaalde criteria voldoet (varieert van sport tot sport). 

Waarom zou ik kiezen voor Howest?

Je krijgt les aan onze hypermoderne sportinnovatiecampus, waar we je optimaal futur proof opleiden. Ons team staat dicht bij de studenten en volgt je persoonlijk op.

Hoe ziet een lessenrooster eruit en hoeveel uur sport heb ik per week?

Dat varieert van week tot week. De helft theorie en de helft sport is een goede parameter.

Bewegingsrecreatie

Neem ik beter Bewegingsrecreatie of beter een algemeen vak?

Als je zeker wil zijn dat je full time aan de slag kan op een school, kies je beter een algemeen vak.
Als je graag je mogelijkheden in het werkveld van de sportsector wil verruimen, dan is bewegingsrecreatie een uitstekende keuze (sportdienst, fitness, trainersschool, …).

Wat is het grootste verschil tussen Bewegingsrecreatie en Sport en Bewegen?

Beide opleidingen hebben een mooi programma.
Sport en Bewegen focust meer op mensen aanzetten tot een gezonde levensstijl.
Bewegingsrecreatie focust meer op de begeleiding in de sport zelf, met meer didactische en methodische opbouw.

In Bewegingsrecreatie krijg je fitness. Wat is het verschil met Sport en Bewegen?

Er zijn best wel wat raakvlakken.
Sport en Bewegen concentreert zich meer op het aanzetten tot een gezonde levensstijl/bewegen met meer focus op personal training.
Bewegingsrecreatie focust meer op de rol als fitnessbegeleider (methodisch-didactische aspect).

Welke beroepsmogelijkheden zijn er voor de bewegingsrecreatiesector?

Fitnesscentra, sportdiensten, eventorganisaties, outdoororganisaties, ...

Algemeen

Hoeveel kost deze opleiding?

Een overzicht van de kosten van de opleiding vind je via de wegwijzer.

Meer informatie over de studentenvoorzieningen en -faciliteiten en het laptopproject aan Howest

Studentenvoorzieningen en -faciliteiten

Op zoek naar de juiste studiekeuze? Vragen over studentenfaciliteiten, studietoelage, financiële ondersteuning, huisvesting of tussenkomst in de vervoerskosten van en naar de campus? Andere persoonlijke vragen?

Meer informatie

Het laptopproject

Elke student aan Howest heeft een laptop nodig met legale software die door de opleiding aanbevolen wordt.

Meer informatie