Terug naar overzicht
IT-Governance
Contact:Ir. Jan Devos
IT management in het KMO-bedrijf
Management van informatietechnologie is niet eenvoudig. Het tempo van de technologische
evoluties op de markt is amper bij te houden. IT heeft dan ook een zekere reputatie.
Als innoverende technologie creëert het heel wat opportuniteiten. Anderzijds zijn
de risico’s niet gering. Voor KMO’s stelt zich omwille van de beperkte bedrijfsgrootte
een bijkomend probleem. Hoe kan IT in een kleinere organisatie geabsorbeerd worden?
Welke zijn de belangrijkste prestatie-indicatoren die voor IT management moeten
gehanteerd worden? Hoe manifesteren zich de risico’s bij IT projecten? Hoe kunnen
KMO’s zich meten met de concurrenten? Investeert men niet te veel of juist te weinig?
Meestal wordt er naar grote bedrijven gekeken hoe zij het doen. Maar is een grote
organisatie wel representatief als referentiemodel voor de KMO? Kunnen schitterende
methodes als COBIT 4.0 of ITIL zomaar ingepast worden in een KMO-omgeving? Kan de
techniek van de balanced scorecard voor IT ook opgesteld worden in een KMO? Vragen
die om een antwoord smeken, maar waar het schaarse wetenschappelijke onderzoek weinig
fundament kan bieden. Voor het opstellen van een goede methodiek moet er vertrokken
worden vanuit de typische context en wetmatigheden van de KMO. De complexiteit is
daarom niet minder. De finale opdracht bestaat uit het vinden van de juiste determinanten
voor succes. De keuze van de KMO als onderzoeksobject is doelbewust en moet gezien
worden binnen de Europese economische realiteit en als aansluiting op het regionale
ondernemingsweefsel. We hopen dit wetenschappelijke onderzoek hiermee te ontsluiten
en ook een praktische relevantie te geven.
Het onderzoek:
Het doctoraal onderzoek is een positivistische verklarende meervoudige casestudie.
Het onderzoeksmateriaal bestaat uit zes causale casestudies van mislukte IT projecten
in KMO. Er wordt vertrokken vanuit de realiteit van een KMO en de pathologie van
gefaalde projecten. De context wordt zorgvuldig gerespecteerd tijdens het opbouwen
van een chain-of-evidence. Eén voor één worden de falingsfactoren ontleed en besproken.
Het onderzoek is diepgaand en grondig. We construeren tezelfdertijd een theoretisch
model gebaseerd op de principaal-agenttheorie (PAT) dat de relatie tussen klant
en IT leverancier in kaart brengt. De PAT stelt dat de relatie klant-IT-Leverancier
gekenmerkt is door ongelijke informatie- en onevenwichtige risicospreiding. Daarenboven
streeft elke partij zijn eigen doelstellingen na, die niet noodzakelijk congruent
zijn met elkaar. Vanuit de hypothese dat partijen rationeel handelen kunnen er dan
mogelijks een aantal fenomenen verklaard worden zoals opportunistisch gedrag en
morele risico’s. Een rivaliserende theorie wordt gebruikt als toetssteen om de conclusies
te kunnen veralgemenen. Het strakke theoretische kader moet toelaten om scherpe
richtlijnen en checklists op te stellen die tot de kern van de zaak gaan.
Praktisch:
Het onderzoek loopt in samenwerking met de Ugent – Faculteit Ingenieurswetenschappen
– Vakgroep Technische Beleidsvoering onder het promotorschap van Prof. Dr. ir. H.
Van Landeghem. Het onderzoek kadert in de opleiding Master in de industriële wetenschappen
– Elektronica-ICT aan de Hogeschool West-Vlaanderen, Departement PIH.
|