Howest Confuciusinstituut: Over ons

Confucius

ConfuciusConfucius werd in 551 v.Chr. geboren, in een periode waarin het Keizerlijke gezag in China onder toenemende druk stond van elkaar bekampende feodale staatjes. Confucius reisde China rond in de hoop de lokale heersers deugdzaamheid bij te brengen. Toen dat niet lukte, trok hij zich terug in zijn geboortestreek waar hij de rest van zijn leven in dienst stelde van zijn leerlingen. De “private consultant” werd “leraar”.

Confucius ‘ pogingen om zijn leerlingen zijn hoogstaande morele systeem bij te brengen hadden meer resultaat. Zijn denken stelde de mens centraal. Hij ging ervan uit dat het politieke en maatschappelijke leven slechts een verlengde was van de individuele moraal. Indien de leider moreel hoogstaand was zou het beleid vanzelf het volk ten goede komen.

Na zijn dood plantte Confucius’ invloed zich verder door zijn leerlingen. Geleidelijk aan groeide rond de figuur van Confucius ook een hele cultus. In de 2de eeuw v.Chr. werd het Confucianisme de officiële staatsideologie van het Chinese Keizerrijk. In de volgende eeuwen zou Confucius’ denken keer op keer verheven worden om daarna terug in ongenade te vallen.

In de 17de eeuw kon het Westerse gevormde publiek voor het eerst kennismaken met het denken van Confucius. In 1687, verscheen de eerste vertaling ooit in een Westerse taal van de gesprekken van Confucius, “Confucius Sinarum Philosophus” door Chinamissionaris en Mechelaar Philippe Couplet. Aan Couplet dankte Confucius ook zijn verlatijnste naam “Confucius”, een verklanking van zijn oorspronkelijke Chinese naam Kongfuzi (“Meester Kong”).

In 1913, kort na de afschaffing van het Keizerrijk, werd een poging ondernomen de eredienst aan Confucius tot de officiële Staatsgodsdienst van China uit te roepen. In 1919, met de “Vierdemeibeweging”, trokken studenten en jonge intellectuelen massaal ten strijde tegen Confucius als laatste restant van het ancien régime. Onder de “Culturele Revolutie” (1966-1976) werd Confucius het voorwerp van heftige campagnes tegen de laatste resten van de feodaliteit. Confucius’ dagen leken geteld.

Het confucianistische humanisme bleek echter onuitroeibaar. Confucius zelf claimde dat hij nooit een nieuw denksysteem had willen brengen. Zijn denken wortelde in een diep respect voor de heroïsche leiders van het antieke China. Hij prees hun deugdzaamheid en beval zijn leerlingen hun voorbeeld aan. “Cultuur” verzachtte toen al de zeden, wist Confucius. Naar hun voorbeeld bekwaamde ook Confucius zich in de muziek en hij spoorde zijn leerlingen aan zich in de kunsten te vervolmaken.

Confucius’ leven en denken was voorbestemd om te vergroeien met wat vandaag gemeenzaam de “Chinese cultuur” genoemd wordt. Het was daarom geen toeval dat Confucius’ figuur zijn naam leende aan de instituten voor Chinese taal en cultuur die de Chinese overheid sinds 2004 wereldwijd opricht. Zoals Goethe zijn naam gaf aan de Goethe-instituten wereldwijd en Cervantes aan de centra voor Spaanse taal en cultuur, vond Confucius zijn naam de weg naar de Confuciusinstituten. Confucius is daarmee een uitdrukking geworden van een hervonden cultureel zelfvertrouwen van China en een icoon van de toenemende mondialisering van de Chinese cultuur in de 21ste eeuw.